Press "Enter" to skip to content

Het Reigermeisje

Herfst, voor Angela, betekende wachten bij het meer.

Soms in oktober, wanneer de zware hitte en de regen nog bleven hangen, haar thuis gevangen hielden en haar dwongen om door de ramen naar het meer te kijken. Soms in november, wanneer het onverwacht koud kon worden, waardoor ze rillend op de bootsteiger lag. Soms in december, die soms nog warme dagen had, wanneer ze bij het meer kon zitten en doen alsof ze bezig was, terwijl ze eigenlijk wachtte.

Soms voor niets.

Soms voor enkel een veer.

Soms–

Hoop niet te veel kom alsjeblieft kom alsjeblieft hoop alsjeblieft niet te veel kom alsjeblieft hoop alsjeblieft niet te veel kom alsjeblieft ik kan dit niet verliezen ik kan het niet

–voor een grote blauwe reiger, die op het water landt en glinstert.

Daarna zou het pure chaos zijn. Het meisje leek nooit te weten hoe ze moest zwemmen, en leek altijd onverwacht zwaar met aarde en water tot ze onverwachts weer zo licht als lucht werd, waardoor Angela volledig uit balans werd gebracht. Soms bloedde ze ook, wat Angela beangstigde– wat als de krokodillen in de buurt het bloed konden ruiken? Dit meer was een van hun schuilplaatsen; breed en ondiep, met weinig mensen of boten. Soms zag ze ze dichterbij zwemmen terwijl ze wachtte en haar hart sprong in haar keel. Niet nu niet nu niet nu–

En dan: de chaos wanneer ze het meisje naar de steiger trok, en probeerde om haar in het huis te krijgen voordat iemand haar een naakt meisje het huis in zag slepen. Een naakt meisje dat veren verliest.

En dan de aanraking van wind en lucht op lippen en huid.

Ik kan dit niet verliezen ik kan het niet…

En toch was ze hier, kijkend naar het kolkende water van de oceaan in plaats van het kalme water van het meer.

Angela kon niet precies zeggen waarom ze na het verlaten van de luchthaven naar het oosten was gekeerd in plaats van het westen. Het was niet echt een verlangen naar de oceaan– ze had een week eerder nog een ander deel ervan gezien, en het reigermeisje had nooit bezwaar tegen een ritje naar het strand. Het was niet het idee dat ze meer dan genoeg tijd had– zelfs november glipte voorbij, en het reigermeisje zou pas in december komen, als ze al kwam. Het was niet dat ze hier iets te doen had, behalve naar de golven kijken. Of een gebrek aan verlangen- zelfs nu, na al die jaren, was de gedachte aan het reigermeisje alleen al genoeg om Angela naar adem te doen happen en te doen huiveren. 

En toch…

Ik kan dit niet— 

Het was niet helemaal hetzelfde verlangen.

–opgeven ik kan het niet ik kan het niet

Onmogelijk om niet te erkennen dat Angela veranderd was, maar het reigermeisje niet. Onmogelijk om de vreemdeling niet te herinneren die had aangenomen dat het reigermeisje haar dochter was; onmogelijk om de blikken te vergeten die ze hadden gekregen toen Angela haar vorig jaar in het natuurreservaat had gekust. Onmogelijk om de vragende blikken te vergeten van de paar vrienden die hen beiden hadden ontmoet, vrienden die een paar jaar geleden nog grapjes hadden gemaakt over wonderbaarlijke moisturizers, en nu—

Het was een vergissing geweest om het reigermeisje aan die vrienden voor te stellen.

Onmogelijk om de pijn niet te herkennen die ze voelde als ze een grote blauwe reiger zag.

Onmogelijk om niet te beseffen hoe weinig tijd ze elk jaar met het reigermeisje doorbracht. Drie maanden, misschien vier. Glorieuze maanden, altijd. 

Onmogelijk om te negeren dat zelfs nu, na al die jaren, ze de naam van het reigermeisje niet wist. Het reigermeisje sprak nooit, en hoewel ze kon lezen, betrapte Angela haar vaak terwijl ze opgekruld zat met een boek of een tablet, zo geconcentreerd dat ze Angela’s stem niet leek te horen– ze schreef niet, of wilde niet schrijven. Reigermeisje, noemde Angela haar, of Sky wanneer ze het bij andere mensen over haar had, maar geen van beiden voelden juist.

Onmogelijk om te vergeten dat ze niets wist van het andere leven van het reigermeisje, haar leven in de lente en de zomer. Bleef ze een reiger? Of veranderde ze in een meisje op een ander meer? Had ze een andere geliefde? Angela was niet jaloers– dat was ze niet– maar het was zo frustrerend om het niet te weten. Niet wanneer ze de wintermaanden spendeerde met het reigermeisje alles –alles– te vertellen terwijl ze elkaar vasthielden op de bank, of dansten op de veranda en het gras dat tot aan het meer liep. Niet toen Angela nooit een andere minnaar had genomen, niet vanwege een belofte, maar omdat ze wist dat niemand anders het reigermeisje kon evenaren.

Onmogelijk om te vergeten dat het reigermeisje geen meisje was, en dat ook nooit was geweest.

En toch.

Angela wist hoe haar leven was zonder het reigermeisje. Ze wist dat ze daarom in de lente vertrok en de buren vertelde dat ze niet tegen de zomerhitte kon. Het was in zekere zin waar– ze was altijd ziek na het vertrek van het reigermeisje, ze had altijd pijn– maar niet de reden waarom ze het huis ontvluchtte. Niet waarom ze zich tijdens de zomermaanden op haar werk stortte, illustratie na illustratie maakte, in een poging ook maar een greintje vast te leggen van wat ze voelde wanneer het reigermeisje een zachte vinger op haar huid legde.

Ze wist dat geen van haar illustraties zo goed waren als die die ze maakte wanneer het reigermeisje in hetzelfde huis was en naar de hemel keek.

Wist dat de tijd niet stilstond voor haar, ook al deed het dat wel voor het reigermeisje.

Ze luisterde naar de oceaan, probeerde het geluid van vleugels te vergeten, terwijl de meeuwen boven haar schreeuwden.

Maar ze keerde terug naar het meer, sleurde het reigermeisje uit het water, en bracht de volgende koude weken door in de omhelzing van het meisje.

Volgde haar terug naar de steiger toen de dagen langer werden en de hitte terugkeerde.

“Kom je terug?”

Het reigermeisje antwoordde niet, zelfs niet met een kus.

En toch, terwijl Angela terugliep naar het huis hield ze een lange, grijsblauwe veer in haar hand, zo stevig dat ze hem niet eens in haar huid voelde kruipen. 

© 2021 Mari Ness. Vertaling Goran Lowie. Oorspronkelijk gepubliceerd in Baffling Magazine, april 2021.

Mari Ness
Website | + posts

Mari Ness is een dichter, schrijver en onderzoeker op het vlak van sprookjes. Ze is geobsedeerd met sprookjes. Haar werk verscheen reeds in alle grote Engelstalige magazines: Apex Magazine, Clarkesworld, Strange Horizons, Tor.com, Uncanny Magazine, en meer. Haar gedicht "Het Verlies" behaalde de tweede plaats in de "Dwarf Stars" Award.

Be First to Comment

    Een reactie achterlaten

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

    Speculatief Magazine © 2022